Het warmtenet waar we nu naar kijken, is een hybride warmtenet.
Dat betekent dat een klein deel van de warmte nog met (aard)gas wordt opgewekt. Het gaat om ongeveer 5 procent. Deze extra warmte is nodig om ook op zeer koude dagen iedereen voldoende warmte te kunnen leveren, bijvoorbeeld wanneer veel mensen tegelijkertijd douchen.
Daarnaast werken de warmtepompen op elektriciteit. De elektriciteit die in Nederland wordt gebruikt, is op dit moment nog niet volledig duurzaam. Kortom: met een warmtenet is voorlopig nog steeds een klein beetje (aard)gas nodig. Ook gaat er tijdens het transport warmte verloren via de leidingen in de grond. Dat is een nadeel van een warmtenet.
Toch heeft een warmtenet belangrijke duurzaamheidsvoordelen. De warmte wordt op één centrale plek opgewekt. Daardoor kunnen we in de toekomst makkelijker overstappen op andere en duurzamere warmtebronnen. Als coöperatie kunnen we bovendien duurzame, lokale elektriciteit inkopen. Zo kunnen we ook ons elektriciteitsverbruik verder verduurzamen. Voor individuele huishoudens is groengas op dit moment geen realistische optie. Bij een centrale warmtebron kan groengas wel makkelijker worden ingezet. Hierover zijn we al in gesprek met de gemeente Zwolle.
Een ander voordeel van een collectief warmtenet is dat we gebruik kunnen maken van een groot buffervat of een warmte-koudeopslag (WKO). Zulke voorzieningen zijn voor een individueel huishouden meestal niet haalbaar. Alles bij elkaar is een coöperatief warmtenet daarmee duurzamer dan een individuele gasketel of hybrideketel.
