Veelgestelde vragen
Hier vind je antwoord op de meest gestelde vragen

Komt er een warmtenet in het gebied rondom de Sallandsweide? Wat betekent dat voor mijn huis, wat gaat dat kosten en hoe kan ik daarover meebeslissen? Wat is een warmte energiegemeenschap en hoe kan ik meedoen? Hier vind je antwoord op de meest gestelde vragen.
Snel naar:
Vragen over techniek
Hoe duurzaam is een warmtenet?
Het warmtenet waar we nu naar kijken, is een hybride warmtenet.
Dat betekent dat een klein deel van de warmte nog met (aard)gas wordt opgewekt. Het gaat om ongeveer 5 procent. Deze extra warmte is nodig om ook op zeer koude dagen iedereen voldoende warmte te kunnen leveren, bijvoorbeeld wanneer veel mensen tegelijkertijd douchen.
Daarnaast werken de warmtepompen op elektriciteit. De elektriciteit die in Nederland wordt gebruikt, is op dit moment nog niet volledig duurzaam. Kortom: met een warmtenet is voorlopig nog steeds een klein beetje (aard)gas nodig. Ook gaat er tijdens het transport warmte verloren via de leidingen in de grond. Dat is een nadeel van een warmtenet.
Toch heeft een warmtenet belangrijke duurzaamheidsvoordelen. De warmte wordt op één centrale plek opgewekt. Daardoor kunnen we in de toekomst makkelijker overstappen op andere en duurzamere warmtebronnen. Als coöperatie kunnen we bovendien duurzame, lokale elektriciteit inkopen. Zo kunnen we ook ons elektriciteitsverbruik verder verduurzamen. Voor individuele huishoudens is groengas op dit moment geen realistische optie. Bij een centrale warmtebron kan groengas wel makkelijker worden ingezet. Hierover zijn we al in gesprek met de gemeente Zwolle.
Een ander voordeel van een collectief warmtenet is dat we gebruik kunnen maken van een groot buffervat of een warmte-koudeopslag (WKO). Zulke voorzieningen zijn voor een individueel huishouden meestal niet haalbaar. Alles bij elkaar is een coöperatief warmtenet daarmee duurzamer dan een individuele gasketel of hybrideketel.
Kan het warmtenet ook woningen koelen?
Met sommige warmtenetten kun je woningen inderdaad ook koelen. De systemen die we voor het buurtwarmtenet van Warm Assendorp onderzoeken, zijn daar echter niet geschikt voor.
Om koeling mogelijk te maken, zouden zowel het warmtenet als veel woningen extra moeten worden aangepast. Dat zou grote extra investeringen vragen.
Wat is een warmtepomp?
Een warmtepomp haalt warmte uit de omgeving, bijvoorbeeld uit de lucht of uit water, en gebruikt die warmte om een woning te verwarmen. Je kunt het zien als een soort omgekeerde koelkast.
Een warmtepomp die warmte uit de lucht haalt, kennen we bijvoorbeeld van de airco. Buiten staat dan een ventilator die lucht langs de warmtepomp voert. De warmtepomp haalt daar warmte uit.
Een water-warmtepomp haalt warmte uit water, bijvoorbeeld uit een WKO (Warmte Koude Opslag) of TEO (Thermische Energie uit Oppervlaktewater). Bij zo'n systeem is geen grote ventilator buiten nodig.
Als we niet voor een warmtenet kiezen, is een hybride verwarmingssysteem voorlopig een mogelijke oplossing voor woningen in Assendorp. Dan krijgt iedere woning een eigen luchtwarmtepomp naast een gasketel.
Wat is een buurtwarmtepomp?
Een buurtwarmtepomp haalt warmte uit bijvoorbeeld de buitenlucht of uit water en verwarmt daarmee water tot ongeveer 60 graden. Dat warme water stroomt vervolgens via het warmtenet naar de woningen in de buurt.
Een buurtwarmtepomp heeft altijd een gasgestookte ketel als back-up en voor momenten waarop extra warmte nodig is. In Assendorp krijgt de buurtwarmtepomp daarnaast een groot buffervat. Daarmee kunnen we warmte goedkoper produceren als de elektraprijs laag is en pieken in de warmtevraag opvangen.
Maakt de buurtwarmtepomp veel geluid?
Dat hangt af van de techniek die we uiteindelijk kiezen,
Als de buurtwarmtepomp warmte uit de lucht haalt, zijn ventilatoren nodig. Die maken geluid. Als de buurtwarmtepomp warmte uit water haalt, is daar buiten het gebouw nauwelijks iets van te horen. Die laatste heet een TEO en is de voorkeurs optie van Warm Assendorp.
Voor installaties in de openbare ruimte gelden bovendien strenge geluidsregels. De buurtwarmtepomp moet aan die regels voldoen.
Maakt de buurtwarmtepomp mijn huis warm genoeg?
Ja. Een buurtwarmtepomp wordt zo ontworpen dat er altijd voldoende warmte beschikbaar is.
Met een groot buffervat en een gasgestookte back-upketel is er ook op koude dagen en tijdens piekmomenten voldoende capaciteit om de woningen warm te krijgen en voldoende warm tapwater te leveren.
De gasketel zal naar verwachting ongeveer 5 procent van de totale warmte produceren. In de toekomst kan die ketel waarschijnlijk op Zwols biogas gaan draaien.
Wat is een WKO?
WKO staat voor Warmte Koude Opslag. Je kunt een WKO zien als een enorme warmte-accu onder de grond.
In grondwater op ongeveer 60 meter diepte kun je in de zomer warmte opslaan en die in de winter weer gebruiken. Dat heeft voordelen. Zo kun je bijvoorbeeld gebruikmaken van extra elektriciteit die zonnepanelen in de zomer produceren.
Een WKO heeft ook beperkingen. Aan het einde van het jaar moet de energiebalans in evenwicht zijn: je mag er dus niet meer warmte uithalen dan je erin stopt. Daarnaast is een WKO relatief kostbaar.
Of een WKO interessant is, hangt daarom af van de hoeveelheid energie die je eruit kunt halen én weer kunt opslaan in relatie tot de kosten. Omdat uit het voorlopig ontwerp bleek dat die kosten te hoog zijn voor het voordeel hebben we de WKO weggelaten uit het voorlopig ontwerp.
In Assendorp hebben onder andere het Provinciehuis, het gebouw van Dimence aan de Grasdorpstraat en de hogeschool Viaa een WKO.
Hoe zit het met koken?
Als je op een warmtenet aangesloten gaat worden ga je van het aardgas af. En dat betekent voor veel huishoudens in Assendorp dat de gaskookplaat van de keuken vervangen moet worden voor een inductie kookplaat. Voor een normale inductiekookplaat moet je vaak een nieuwe groep installeren in je meterkast en er moet een stroomkabel getrokken worden. Vaak moet je óók nieuwe pannen kopen.
Één van de randvoorwaarden voor een warmtenet is dat we het samen willen doen. Als we een buurtwarmte net gaan ontwikkelen wil Warm Assendorp dan ook een inkoopactie én subsidie traject organiseren zodat het overstappen op inductie koken voor iedereen bereikbaar is.
Is de techniek die gebruikt wordt wel betrouwbaar?
Bewoners hebben eerder duidelijk aangegeven dat we in Assendorp alleen technieken willen gebruiken die zich al in de praktijk hebben bewezen. We willen dus geen innovatieve systemen die zich nog moeten bewijzen.
PlanEnergi en Wageningen Engineering hebben dit uitgangspunt goed begrepen. Zij ontwerpen een warmtenet dat gebruikmaakt van bestaande technieken en ervaringen uit andere projecten.
Waarom zou ik niet wachten op groen gas of waterstof?
Een belangrijke vraag. Want je hoort regelmatig dat groen gas of waterstof in de toekomst een oplossing kunnen zijn voor woningen die van het aardgas af moeten.
Toch is het verstandig om daar niet op te wachten.
Groen gas is schaars. Het wordt gemaakt uit biomassa en organische reststromen, zoals mest, reststromen uit de voedingsmiddelenindustrie en gft. De hoeveelheid duurzame grondstoffen is beperkt en groen gas kan daarom niet onbeperkt worden geproduceerd.
Dat zie je bijvoorbeeld hier in Zwolle. De gemeente onderzoekt de haalbaarheid van een grote groengasinstallatie bij Hessenpoort. Deze installatie zou jaarlijks ongeveer 20 tot 30 miljoen m³ groen gas kunnen produceren en daarbij onder meer mest uit de regio gebruiken. Dat is een flinke hoeveelheid, maar het betekent ook dat groen gas een schaarse regionale grondstof blijft. Bovendien is het zo dat dit gas primair ingezet gaat worden voor de transitie van de industrie. Maar een klein deel komt (misschien) beschikbaar voor woningen.
Voor waterstof geldt hetzelfde. Waterstof kan in de toekomst een rol spelen bij de energietransitie, maar de beschikbaarheid voor woningen is onzeker. Het PBL benadrukt dat waterstof waarschijnlijk vooral nodig is waar weinig andere alternatieve mogelijkheden zijn, zoals in de industrie en transport.
Daar komt bij dat we nog niet weten wat groen gas en waterstof in de toekomst precies gaan kosten. Waterstof en groengas is nu duurder dan aardgas en het PBL noemt zowel de toekomstige prijzen als de beschikbare volumes onzeker. Tot 2050 is het dus niet realistisch om groengas of waterstof te kiezen als alternatief voor het aardgasvrij maken van een hele wijk. Ook daarna is het maar de vraag.
Waarom zou ik géén warmtenet willen?
Er kunnen allerlei redenen zijn om niet aan te sluiten.
Misschien vind je het prettig om zelf te bepalen waar je je energie inkoopt en wil je dat niet samen met je buren doen. Misschien ben je al van het aardgas af en verwacht je weinig voordeel van een warmtenet. Of je vindt dat aardgas voorlopig nog moet kunnen. Misschien verwacht je binnenkort te verhuizen en wil je de keuze aan de volgende eigenaar overlaten. Of misschien vind je de overstap simpelweg te ingrijpend, omdat je al genoeg aan je hoofd hebt.
Allemaal begrijpelijke redenen.
Niet aansluiten kan echter wel gevolgen hebben.
Als het warmtenet er eenmaal ligt, kun je niet zomaar op een later moment alsnog worden aangesloten. Daarvoor zijn dan extra werkzaamheden nodig en dat kan behoorlijk duur zijn. Een toekomstige eigenaar kan daardoor voor een lastige en kostbare keuze komen te staan.
Daarnaast gaat Zwolle uiteindelijk van het aardgas af. Als je niet kiest voor het buurtwarmtenet, zul je dus zelf een andere oplossing voor je woning moeten regelen.
Bij Warm Assendorp proberen we voor zoveel mogelijk van deze dilemma's een oplossing te bieden. Zo kun je je woning alvast buurtwarmtenet-proof maken. Daarmee wordt het voor een toekomstige eigenaar eenvoudiger om later alsnog aan te sluiten. We hebben subsidies en gelden beschikbaar om je financieel te helpen én we kunnen je ontzorgen door de hele aansluiting voor jou te regelen.
We komen graag met je in gesprek om samen te kijken welke keuze het beste past bij jouw situatie — nu én in de toekomst.
Waarom kiezen we voor 60 graden?
Als het goed is staat je cv-ketel nu ingesteld op ongeveer 60 graden. Met een warmtenet dat water van 60 graden levert, hoef je daarom in principe weinig aan je woning aan te passen. Dat is praktisch, maar warmte van 60 graden maken kost wel meer energie dan warmte van bijvoorbeeld 45 graden. Waarom kiezen we dan toch niet voor 45 graden?
Om oudere woningen met water van 45 graden comfortabel warm te krijgen, moet de woning goed geïsoleerd zijn. Ook moeten de radiatoren voldoende capaciteit hebben om de warmte af te geven, of moet er vloerverwarming aanwezig zijn.
Daarnaast moet warm tapwater nog verder worden verwarmd om het risico op legionella te voorkomen. Daarvoor is vaak een buffervat nodig, dat behoorlijk wat ruimte inneemt. We hebben samen afgesproken dat iedereen mee moet kunnen doen en dat we liever geen grote technische installaties in huis willen. Daarom kiezen we voor een warmtenet met een hogere temperatuur.
Is een warmtenet de duurzaamste oplossing?
Niet als je alleen kijkt naar de techniek voor één woning. De duurzaamste manier om een woning te verwarmen is op dit moment een individuele elektrische warmtepomp op lage temperatuur. Dat is ook de oplossing die we veel bij nieuwbouwwoningen zien.
Daarvoor moet een woning wel goed geïsoleerd zijn. Ook heb je een aparte oplossing nodig voor warm tapwater, bijvoorbeeld een buffervat, en zijn speciale radiatoren of vloerverwarming nodig. Bovendien krijgt iedere woning een buitenunit, bijvoorbeeld in de tuin of op het dak die geluid veroorzaken.
Daar komt nog iets bij: de beheerder van het elektriciteitsnet heeft aangegeven dat het elektriciteitsnet in Assendorp het niet aankan als te veel woningen tegelijk overstappen op een individuele warmtepomp. De technisch meest duurzame oplossing is daarmee helaas niet geschikt als oplossing voor heel Assendorp. Voor onze buurt is een warmtenet daarom uiteindelijk wél de meest duurzame oplossing die voor iedereen haalbaar is.
Wat is een buffervat?
Een buffervat is een grote, goed geïsoleerde opslagtank met water. Je kunt het zien als een soort warmtebatterij.
Het vat kan warmte opslaan voor momenten waarop veel mensen tegelijk warmte nodig hebben. Maar je kunt het ook gebruiken om warmte te produceren en op te slaan op momenten dat elektriciteit goedkoop is.
Dat gebeurt bijvoorbeeld al veel in Denemarken. Ons Deense adviesbureau heeft deze aanpak daarom meegenomen in de plannen voor Assendorp.
Wie onderhoudt het buurtwarmtenet?
Het buurtwarmtenet wordt beheerd door een warmtebedrijf. Bij Warm Assendorp zou dat het Warmtebedrijf Warm Assendorp zijn, waarvan de coöperatie eigenaar is.
Het warmtebedrijf hoeft niet zelf alle werkzaamheden uit te voeren. Voor onderhoud, reparaties en andere technische werkzaamheden kunnen professionele bedrijven worden ingeschakeld.
Zo houden bewoners zeggenschap over het warmtebedrijf, zonder dat ze zelf dagelijks verantwoordelijk zijn voor het technische beheer.
Wie betaalt de aanpassingen in de woningen?
Als huiseigenaar bepaal je zelf of je woning wordt aangesloten op het warmtenet. Voor een aansluiting kan het nodig zijn om te installatie techniek in de woning aan te passen. Daar kunnen kosten aan verbonden zijn.
Voor bepaalde maatregelen kun je mogelijk gebruikmaken van de Investeringssubsidie Duurzame Energie en Energiebesparing (ISDE). Als er daarna nog financiering nodig is, kan bijvoorbeeld het Nationaal Warmtefonds een mogelijkheid zijn.
Voor huurders ligt dit anders. Bij corporatiewoningen beslist de woningcorporatie over aansluiting. Daarvoor is instemming van voldoende huurders nodig. Als de vereiste meerderheid instemt, worden de huurwoningen van de woningcorporatie aangesloten. De woningcorporatie betaalt daarbij het grootste deel van de kosten.
Bij particuliere verhuur bepaalt de verhuurder zelf of de woning wordt aangesloten.
Wat als er een warmtenet komt in onze buurt?
Wat verandert er in mijn huis?
De cv-ketel wordt vervangen door een afleverset. Die is ongeveer zo groot als de meeste cv-ketels.
Omdat we kiezen voor een warmtenet met een relatief hoge temperatuur, kunnen de meeste woningen direct worden aangesloten. In de meeste gevallen zijn geen nieuwe radiatoren nodig en kan bestaande vloerverwarming gewoon blijven liggen.
Bij veel woningen kunnen de leidingen naar het warmtenet via de kruipruimte of via een bestaande koof naar de plek van de huidige cv-ketel worden aangelegd. Als dat niet mogelijk is, kan een renovatieset worden gebruikt die gebruikmaakt van de bestaande gasleidingen in de woning.
Wat betekent een warmtenet voor de isolatie van mijn woning?
Als je woning nu al gemakkelijk warm wordt, hoef je met een warmtenet met een hogere temperatuur weinig extra te doen. Toch blijft isoleren verstandig. Hoe beter je woning is geïsoleerd, hoe minder warmte je nodig hebt en hoe lager je uiteindelijke energierekening kan zijn.
Wat gebeurt er als ik verhuis?
Als je je huis verkoopt, blijft de aansluiting op het warmtenet in de woning. Dat is vergelijkbaar met de huidige gasaansluiting.
De nieuwe bewoners kunnen zelf bepalen of ze klant worden van de coöperatie. Als ze dat niet willen, moeten ze zelf voor een andere warmtevoorziening zorgen. Als je verhuist, ben je uiteraard ook niet langer lid van de coöperatie.
Wat doet een warmtenet met de waarde van mijn woning?
Een woning die is aangesloten op een warmtenet is van het aardgas af en daarmee voorbereid op de toekomst. Een duurzaam warmtenet, zoals we dat in Assendorp ontwikkelen, kan bovendien bijdragen aan een beter energielabel. Een beter energielabel kan de verkoopwaarde van een woning verhogen.
Toch kun je niet zomaar zeggen dat een aansluiting op het warmtenet automatisch zorgt voor een hogere woningwaarde. Andersom is het ook niet zo dat je woning minder waard wordt omdat een warmtenet potentiële kopers zou afschrikken.
De waarde van een woning wordt vooral bepaald door de ontwikkelingen op de woningmarkt en de populariteit van de wijk en de straat.
Wat als ik niet van het aardgas af wil?
Of je je woning aansluit op het warmtenet, kun je in principe zelf bepalen.
Of en wanneer een wijk van het aardgas af gaat, wordt bepaald door de gemeenteraad. Hoe dat precies in zijn werk gaat, staat beschreven in het Warmteprogramma van de gemeente.
Als de gemeenteraad besluit dat een bepaalde wijk van het aardgas af gaat, duurt het daarna nog minimaal acht jaar voordat het aardgas daadwerkelijk wordt afgesloten. Er moet bovendien een betaalbaar alternatief beschikbaar zijn.
Wat als ik nu niet aangesloten wil worden, maar wel een aansluiting voor de toekomst wil?
Dat kan.
Je kunt ervoor kiezen om alvast een aansluiting tot aan de gevel te laten aanleggen. Tijdens de aanleg van het warmtenet is dat relatief eenvoudig en betaalbaar te realiseren. Is de straat eenmaal opnieuw aangelegd, dan wordt het een stuk lastiger en duurder om dit alsnog te doen.
Daarom kan het verstandig zijn om je woning nu alvast buurtwarmtenet-proof te maken. Zo houd je de mogelijkheid open om in de toekomst aan te sluiten. Samen bepalen we bij het definitief ontwerp wat hier de kosten voor worden.
Wat als een nieuwe gemeenteraad wat anders wil in Assendorp?
Met de vorige én huidige gemeenteraad hebben wij goed contact. We houden ze steeds op de hoogte van onze plannen, van de uitdagingen en de stappen die we zetten. De huidige coalitie steunt ons initiatief volledig en ook het overgrote deel van de oppositie staat positief tegenover onze plannen.
Ondanks dat vrijwel iedereen positief is werken wij wel toe naar een samenwerkingsovereenkomst met de gemeente waarin we vastleggen hoe we de komende jaren gaan samenwerken. Zo creëren we duidelijkheid voor onszelf én voor de gemeente over wie waar verantwoordelijk voor is.
Dit doen we ook op basis van het Zwols warmteprogramma en de wettelijke kaders zoals die in de landelijke warmtewet vastgelegd zijn.
Wat als ik al van het aardgas af ben?
Gefeliciteerd.
Dan kun je drie dingen doen:
- Je sluit toch aan, omdat je installatie aan vervanging toe is, omdat je aardgasvrije installatie overlast veroorzaakt bij de buren of omdat een warmtenet een simpeler oplossing is.
- Je sluit niet aan maar maakt je huis wel buurtwarmtenetproof met een aansluiting voor toekomstige huiseigenaren.
- Je sluit niet aan.
Waarom zou ik aansluiten op een warmtenet?
Een aansluiting op een warmtenet heeft verschillende voordelen. Je hoeft bijvoorbeeld niet meer zelf het onderhoud van een cv-ketel te regelen of op zoek naar een nieuwe ketel als die aan vervanging toe is.
Daarnaast kun je snel van het aardgas af. Dat is niet alleen goed voor het klimaat, maar geeft ook meer zekerheid over je energievoorziening. Je bent bijvoorbeeld minder afhankelijk van sterk schommelende gasprijzen.
Stap je over van een gasketel naar een warmtenet, dan bespaar je direct veel CO₂ en kan het energielabel van je woning verbeteren. En minstens zo belangrijk: het uitgangspunt is dat je uiteindelijk minder betaalt voor je warmte.
Hoe organiseren we een gezamenlijke warmtebron?
Wat is het verschil tussen lid en klant zijn bij de coöperatie?
Klant en lid zijn twee verschillende dingen.
Alle woningen die warmte afnemen via het warmtenet zijn klant van het warmtebedrijf van de coöperatie. Daarmee ben je echter nog geen lid van de coöperatie zelf.
Als lid van de coöperatie heb je zeggenschap. Je kunt meestemmen over belangrijke beslissingen en meebepalen welke keuzes de coöperatie en het warmtebedrijf maken. Als klant alleen heb je die stem niet.
Is er verschil tussen huurder en huiseigenaar in de coöperatie?
Als klant van het warmtebedrijf is er geen verschil tussen huurders en huiseigenaren.
Ook als lid van de coöperatie hebben huurders en huiseigenaren in principe evenveel zeggenschap. Als je verhuurder de afnemer van de warmte is en de warmte dus onderdeel is van je huurprijs, kun je alsnog lid worden van de coöperatie. Je hebt dan alleen geen stemrecht.
Wat is de rol van de gemeente?
De gemeente heeft de regie over de overstap naar duurzame energie. Dat heeft het Rijk zo bepaald.
De gemeente bepaalt per buurt welk alternatief voor aardgas het meest geschikt is. Dit wordt vastgelegd in het Warmteprogramma. Dat programma vormt de basis voor de aanpak in verschillende Zwolse buurten.
Voor het project in Assendorp hebben we afgesproken dat bewoners leidend zijn. De gemeente participeert in het proces en faciliteert waar dat kan. Uiteindelijk is het wel aan de gemeenteraad om de ontwikkelde plannen goed te keuren. Daarna kan de gemeente een gebied aanwijzen voor een warmtebedrijf. Dat noemen we een warmtekavel. Daarvoor gelden uiteraard de eisen die ook in het Warmteprogramma zijn opgenomen.
Wat is een gemeentelijk Warmtebedrijf?
De gemeente Zwolle heeft een eigen warmtebedrijf opgericht.
Samen met bewonersinitiatieven in Holtenbroek en Aa-landen onderzoekt dit gemeentelijke warmtebedrijf bijvoorbeeld of een warmtenet in deze buurten haalbaar is. Dit is geen coöperatief warmtebedrijf. De gemeente Zwolle is de enige aandeelhouder en de gemeenteraad houdt toezicht op het warmtebedrijf en op de vraag of het aan de gestelde eisen voldoet.
Wat is de rol van de woningcorporatie?
De woningcorporatie is eigenaar van een deel van de woningen in de buurt.
De woningcorporatie en het coöperatief warmtebedrijf moeten afspraken maken over onder andere financiën, techniek, regelgeving en de investeringen die nodig zijn om woningen aan te sluiten. Deze afspraken worden vastgelegd in een intentieovereenkomst. Als de buurt later besluit dat het warmtenet er daadwerkelijk komt, worden verdere afspraken gemaakt. Die afspraken worden vastgelegd in bijvoorbeeld een samenwerkingsovereenkomst, aansluitvoorwaarden en een leveringsovereenkomst.
Hoe financieren we een coöperatief warmtebedrijf?
Het realiseren van een buurtwarmtenet vraagt om een flinke investering. Voor coöperatieve warmtenetten zijn verschillende financieringsproducten beschikbaar of in ontwikkeling die helpen om deze financiering rond te krijgen.
Op dit moment maken we al gebruik van een ontwikkelfinanciering via het Nationaal Groenfonds. Deze financiering is risicovrij: als we besluiten om niet verder te gaan met onze plannen, hoeven we het gebruikte bedrag niet terug te betalen.
Voor de daadwerkelijke realisatie van het warmtenet hebben we investeringskapitaal nodig. Een deel daarvan kan worden gefinancierd via de Warmtenetten Investeringssubsidie (WIS). Deze subsidie is specifiek bedoeld voor de aanleg van het leidingnetwerk.
Het resterende bedrag moet afkomstig zijn van banken en/of particuliere investeerders. Hiervoor is momenteel een investeringsfonds voor coöperatieve warmtenetten in ontwikkeling, waarin onder andere de Rabobank en Triodos Bank actief zijn.
Een belangrijke voorwaarde van deze financiers is dat er ook eigen kapitaal wordt ingebracht. Dit bedraagt meestal ongeveer 20% van de totale investering. Dit eigen kapitaal zullen we moeten ophalen bij onze leden en/of particuliere investeerders, en mogelijk via een speciaal coöperatief eigenkapitaalfonds dat eveneens in ontwikkeling is.
Zowel het investeringsfonds als het eigenkapitaalfonds sluiten aan op de kwaliteitseisen van het ontwikkelfonds waar we nu al gebruik van maken.
Zodra de leden besluiten om door te gaan met de ontwikkeling van het warmtenet, stellen we een investeringsplan op. Op basis daarvan kunnen we via het ontwikkelfonds toegang aanvragen tot de verschillende vormen van investeringsfinanciering.
Kan een coöperatief warmtebedrijf worden verkocht aan een marktpartij?
Nee.
Een coöperatief warmtenet kan niet zomaar worden verkocht aan een marktpartij. De nieuwe wet voor collectieve warmte stelt hier duidelijke regels aan.
Wie is de baas van het buurtwarmtenet?
Bij een coöperatief buurtwarmtenet wordt het warmtenet beheerd door een warmtebedrijf waarvan de aandelen in handen zijn van de coöperatie.
De leden van de coöperatie zijn daarmee, via de coöperatie, mede-eigenaar van het warmtebedrijf. Daardoor kunnen zij direct invloed uitoefenen op de manier waarop het warmtebedrijf wordt bestuurd. Zo kunnen leden bijvoorbeeld ieder jaar stemmen over belangrijke onderwerpen, zoals het warmtetarief.
Wat is een warmtegemeenschap?
Een warmtegemeenschap is een manier om samen met bewoners een gezamenlijke warmtevoorziening te organiseren en daar zelf zeggenschap over te houden.
Bij Warm Assendorp gebeurt dat via een coöperatie. De coöperatie is geheel of gedeeltelijk eigenaar van het warmtebedrijf en het warmtenet.
Als bewoners kun je samen bepalen hoe je de warmtevoorziening organiseert. Je kunt ervoor kiezen bepaalde werkzaamheden zelf te doen of juist professionele partijen in te schakelen.
De precieze vorm hangt af van wat technisch en juridisch mogelijk is én van wat bewoners in de buurt belangrijk vinden. Een warmtegemeenschap draait om lokaal eigendom, zeggenschap van bewoners en gezamenlijke besluitvorming over de warmtevoorziening. Vaak gebeurt dat via een coöperatie, maar er zijn ook andere rechtsvormen mogelijk.
Zijn er al andere buurten waar een soortgelijk energiesysteem is gerealiseerd?
In Nederland zijn veel voorbeelden van buurten met een vergelijkbaar warmtenet. Ook zijn er verschillende energiecoöperaties, zoals Blauwvinger Energie uit Zwolle.
De combinatie van een warmtenet en een coöperatie die volledig van bewoners is, is nog relatief nieuw. ThermoBello in Culemborg is op dit moment een voorbeeld van een operationele warmtecoöperatie.
Ook Ketelhuis WG in Amsterdam werkt aan een eigen warmtevoorziening.
Vanuit Assendorp werken we samen met negen andere vergelijkbare initiatieven in een leergroep. Ook partijen als ThermoBello, Wageningen en de coöperatie Grunneger Power, die de gemeente Groningen helpt bij de ontwikkeling van een warmtenet, sluiten regelmatig aan.
Waarom zou je een warmtegemeenschap willen?
Steeds meer buurten in Nederland werken samen om energie op te wekken. Een energiecoöperatie is dus niet nieuw. Een warmtegemeenschap waarin bewoners samen eigenaar zijn van een warmtenet, is dat in Nederland nog wel.
In Culemborg gebeurt dit al: daar is de buurt eigenaar van de eigen warmtevoorziening. In Denemarken is deze manier van werken veel gebruikelijker. Daar zijn veel warmtenetten in handen van coöperaties.
Dat is interessant omdat een warmtenet anders werkt dan bijvoorbeeld elektriciteit of gas. Bij elektriciteit en gas kun je meestal zelf je leverancier kiezen. Bij een warmtenet is de eigenaar van het netwerk ook de warmteleverancier. Je kunt dus niet zomaar overstappen naar een andere leverancier.
Als bewoners samen eigenaar zijn van de warmtevoorziening, kunnen zij zelf bepalen wat voor hun buurt belangrijk is. Zo kunnen besluiten worden genomen die passen bij de buurt en kan de warmtevoorziening tegen een eerlijke prijs worden aangeboden.
De nieuwe warmtewet geeft energiegemeenschappen bovendien specifieke rechten. Zo mogen energiegemeenschappen, anders dan marktpartijen, eigenaar zijn van een warmtenet. Hoe een warmtegemeenschap in Assendorp precies gaat samenwerken met het gemeentelijke warmtebedrijf, moeten we in een volgende fase verder uitwerken.
Welke risico’s heeft een warmtegemeenschap?
Het uitgangspunt is dat de coöperatie de koers van het warmtebedrijf bepaalt. Dat gebeurt bijvoorbeeld tijdens ledenvergaderingen, waar belangrijke onderwerpen zoals het warmtetarief worden besproken.
De dagelijkse bedrijfsvoering laat de coöperatie over aan professionals. Zo houden bewoners grip op hun eigen warmtevoorziening, zonder dat ze zelf iedere dag aan de knoppen hoeven te zitten.
Aan de ontwikkeling en exploitatie van een warmtenet zijn uiteraard risico's verbonden. Denk aan technische, financiële, organisatorische en risico's rond het aantal deelnemers. Die risico's horen bij het coöperatief warmtebedrijf en zijn niet anders dan de risico's die ook bij andere warmtebedrijven spelen. Leden van de coöperatie zijn niet persoonlijk aansprakelijk voor de schulden of risico's van het warmtebedrijf.
Welke rechten en plichten krijg ik als lid van de coöperatie?
Dat ligt op dit moment nog niet definitief vast.
Binnen de coöperatie kunnen we de komende tijd samen bepalen welke rechten en plichten bij lidmaatschap horen. In ons huishoudelijk reglement kun je er al wel wat meer over lezen.
Wie beslist of het warmtenet door gaat?
Wanneer wordt besloten of het warmtenet doorgaat?
Het warmtenet gaat pas definitief door als er voldoende woningen kunnen worden aangesloten.
Het is tenslotte een buurtwarmtenet: van, voor en door buurtbewoners.
In oktober 2026 besluiten we tijdens de Algemene Ledenvergadering (ALV) of het voorlopig ontwerp binnen de afgesproken randvoorwaarden past. Als dat het geval is, gaan we in de volgende fase het warmtenet verder ontwikkelen en starten we met het tekenen van de benodigde contracten.
Kan het buurtwarmtenet ook worden gecombineerd met andere verbeteringen in de buurt?
Sterker nog: dat is precies waar onze aanpak op is gericht.
Als we de openbare ruimte toch moeten aanpassen voor het warmtenet, kunnen we die werkzaamheden combineren met het vergroenen en verduurzamen van de buurt.
Het afgelopen jaar hebben we tijdens huiskamergesprekken en buurtbijeenkomsten al plannen gemaakt voor meer groen, een betere inrichting van de straten en meer mogelijkheden voor wateropvang.
Ook voor onze woningen hoeven we het niet allemaal alleen te doen. Door samen te werken kunnen we kennis delen, van elkaar leren, gezamenlijk inkopen en maatregelen samen uitvoeren. Samen ontdekken, samen leren, samen ontwikkelen en samen uitvoeren.
Op welke manieren kan ik meedoen aan het proces?
We betrekken bewoners op verschillende manieren. Zo kun je zelf bepalen hoeveel tijd en energie je erin wilt steken.
Je kunt bijvoorbeeld meedoen via:
- buurtbijeenkomsten;
- enquêtes;
- werkgroepen;
- huiskamergesprekken;
- de open schaftkeet.
Via deze manieren kun je direct meedenken en invloed uitoefenen op het proces. Dat kan eenmalig zijn, maar je kunt je ook voor langere tijd aansluiten.
Iedereen kan meedoen op een manier die bij hem of haar past.
Kijk op de pagina Over ons hoe je meedoet.
Wie bepaalt of een buurt overstapt op een coöperatief buurtwarmtenet?
De buurt bepaalt dat zelf.
Een buurt kan alleen overstappen op een coöperatief buurtwarmtenet als er voldoende bewoners voor zijn. Binnen de coöperatie wordt daarover gestemd.
Lid worden van de coöperatie is daarom belangrijk: als lid heb je daadwerkelijk een stem in de beslissingen over de toekomst van het warmtenet. Als er voldoende draagvlak is, kan er een collectieve warmtevoorziening worden aangelegd, zoals een buurtwarmtenet.
Wat gebeurt er als de buurt geen warmtenet wil?
Dan moet er een andere manier worden gevonden om de buurt van het aardgas af te krijgen.
Voor 2050 moeten woonwijken van het aardgas af. Voor Assendorp staat in de transitievisie van de gemeente Zwolle dat er wordt gezocht naar een innovatieve oplossing. Komt er geen collectieve oplossing, dan moet iedere huiseigenaar zelf zorgen voor een aardgasvrije manier van verwarmen. Een mogelijke oplossing is bijvoorbeeld een volledig elektrische warmtepomp.
